Gordijnen
| Onderdeel | Regel |
|---|---|
| Hoogte rail of roede | Zo dicht mogelijk bij het plafond, minimaal 15 cm boven het kozijn |
| Breedte | 20 tot 30 cm voorbij het kozijn aan beide zijden, zodat het gordijn open naast het raam valt |
| Stofbreedte | Twee tot tweeënhalf maal de breedte van de rail voor een volle plooi |
| Lengte | Tot een centimeter boven de vloer, of 2 tot 5 cm op de vloer voor een lossere val |
| Stof | Linnen of linnenmengsel voor licht, wol of velours voor warmte en geluid |
Vloerkleden
Een kleed is te klein wanneer alleen de salontafel erop staat. Onder een zitgroep horen minstens de voorpoten van bank en fauteuils op het kleed; onder een eettafel het volle blad plus 60 tot 70 cm rondom, zodat de stoelen bij het naar achteren schuiven op het kleed blijven. Wol is de beste vezel: veerkrachtig, vuilafstotend, geluiddempend en dertig jaar houdbaar. Jute en sisal zijn hard en niet geschikt onder een eettafel.
Kussens
Een oneven aantal, in twee of drie formaten, in twee kleuren uit het palet plus een patroon. Binnenkussens een maat groter dan de hoes, zodat de hoeken gevuld zijn; een kussen van 50 bij 50 krijgt een vulling van 55 bij 55. Veren of dons voor een losse val, schuim voor een strak beeld.
Beddengoed
- Katoen percal: koel, knisperend, glad geweven; voor wie warm slaapt.
- Katoen satijn: zacht, licht glanzend, warmer; voor wie koud slaapt.
- Linnen: koel in de zomer, warm in de winter, kreukt en wordt zachter met elke was.
- Draaddichtheid boven 300 zegt weinig meer; de vezellengte bepaalt de kwaliteit.
Akoestiek
Een kamer met harde vloer, grote ramen en gladde wanden galmt. Gordijnen van zware stof, een groot wollen kleed en een gestoffeerde bank halen de galm eruit en maken een gesprek weer verstaanbaar. Dat is de reden dat een ingericht huis anders klinkt dan een leeg huis, en waarom textiel het eerste is dat een nieuw huis nodig heeft.