De gangbare soorten
| Soort | Kleur | Hardheid | Tekening | In de tijd |
|---|---|---|---|---|
| Eiken | Lichtbruin tot honing | Hard | Duidelijke vlam, spiegels bij kwartiers zagen | Wordt warmer en donkerder |
| Essen | Bijna wit tot lichtbeige | Hard, veerkrachtig | Grove, lange nerf | Vergeelt licht |
| Beuken | Roze-beige | Hard | Fijn, egaal, kleine spikkels | Wordt roodachtig |
| Noten | Chocoladebruin met paarse gloed | Middelhard | Golvend, contrastrijk | Wordt lichter en warmer |
| Kersen | Roze tot roodbruin | Middelhard | Fijn, zijdeachtig | Wordt snel dieper rood |
| Grenen | Geelwit met bruine noesten | Zacht | Noesten, brede jaarringen | Vergeelt sterk, krast |
| Teak | Goudbruin | Hard, olierijk | Recht, rustig | Vergrijst buiten, blijft binnen |
Combineren
Twee houtsoorten in een kamer is goed te doen, drie wordt lastig. De regel: een lichte en een donkere, of twee soorten met dezelfde ondertoon. Eiken en noten gaan samen; eiken en beuken vechten, omdat beuken roze trekt en eiken geel. Een vloer van eiken met meubels van eiken in een andere afwerking ziet er uit als een vergissing; dan liever een vloer van eiken met meubels van noten of zwart gebeitst hout.
Afwerking
- Olie: dringt in het hout, mat, voelbaar, plaatselijk te herstellen, jaarlijks bijwerken.
- Hardwaslak of lak: laag op het hout, sterker tegen vlekken, bij schade opnieuw schuren.
- Zeep (Deens): heel licht, wit uiterlijk, vraagt onderhoud, alleen voor licht hout.
- Gerookt of gebeitst: kleur verandert, tekening blijft; kan later niet ongedaan worden.
Massief, fineer of laminaat
Massief hout kan geschuurd en hersteld worden en veroudert mooi. Fineer is een dunne laag echt hout op een drager en is bij goede kwaliteit niet te onderscheiden, maar kan niet diep geschuurd worden. Laminaat is een foto van hout op kunststof; het krast niet, maar het is ook nooit hout. Bij vloeren die decennia mee moeten, is massief of dik fineer (minimaal 4 millimeter toplaag) de keuze.