De gulden snede
De verhouding 1 tot 1,618 komt voor in klassieke architectuur, in schilderijen en in de natuur. In een interieur betekent het: een salontafel van ongeveer twee derde van de lengte van de bank, een schilderij van ongeveer twee derde van de breedte van het meubel eronder, een kussen dat een derde van de zitdiepte inneemt. Niet exact meten, wel als toets gebruiken.
De regel van drie
Drie voorwerpen op een tafel, drie kleuren in een kamer, drie materialen in een outfit. Het oog zoekt patronen; twee is een paar, drie is een compositie, vier valt uiteen in twee paren. Oneven aantallen werken daarom bijna altijd beter dan even, tot ongeveer zeven; daarboven telt niemand meer.
Hoogte en variatie
Een groep voorwerpen werkt met verschil in hoogte: hoog, middel, laag. Drie vazen van dezelfde hoogte staan als soldaten; drie vazen in oplopende hoogte vormen een driehoek waar het oog langs glijdt. Hetzelfde geldt voor lampen in een kamer en voor planten in een vensterbank.
Negatieve ruimte
Wat leeg blijft, telt evenveel als wat gevuld is. Een wand met een enkel groot kunstwerk en verder niets, is sterker dan een wand vol kleine lijstjes. Een plank met drie voorwerpen en ruimte ertussen leest als een keuze; een volle plank leest als opslag.
Kunst ophangen
| Situatie | Regel |
|---|---|
| Losse wand | Het midden van het werk op ooghoogte, ongeveer 150 tot 155 cm boven de vloer |
| Boven een bank of kast | Onderkant 15 tot 25 cm boven het meubel; het werk hoort bij het meubel, niet bij het plafond |
| Breedte boven een meubel | Twee derde tot drie kwart van de breedte van het meubel |
| Meerdere werken | Onderlinge afstand 5 tot 8 cm, behandelen als een geheel |
Toepassen
Verhoudingen werken pas door te kijken. Iets neerzetten, drie meter afstand nemen, met de ogen samenknijpen zodat details wegvallen en alleen de massa's overblijven. Wat dan uit balans is, is uit balans.